Deeltoets Klinische Vaardigheden (DKV)

Dit onderdeel vindt plaats in Nijmegen in het Radboud UMC Opleidingscentrum A, Kapittelweg 54, gebouw M835, Nijmegen.

Deze deeltoets Klinische Vaardigheden toetst de kandidaat op zijn of haar vaardigheden in:

  • Het afnemen van de anamnese
  • Het uitvoeren van lichamelijk onderzoek
  • De communicatie met een patiënt
  • Professioneel gedrag
  • Schriftelijk verslag
  • Probleemlijst opstellen
  • Differentiaal diagnoses maken
  • Plan van aanpak

Deze deeltoets is een praktijktoets met tien stations van elk dertig minuten.

Tijdens ieder station zal de kandidaat een simulatiepatiënt ontmoeten. Deze simulatiepatiënt is speciaal opgeleid om op gestandaardiseerde wijze een bepaalde rol te ‘spelen’ als patiënt.

De kandidaat dient in 20 minuten een geheel consult uit te voeren (anamnese afnemen en lichamelijk onderzoek uitvoeren). Hij dient ook het consult af te sluiten met het stellen van een waarschijnlijkheidsdiagnose en het uitleggen van het verdere beleid, bijvoorbeeld of er aanvullende onderzoeken nodig zijn.

In de resterende tien minuten zal de kandidaat een schriftelijk verslag maken. Er wordt van de kandidaat verwacht dat hij of zij een overzicht maakt met daarin de relevante positieve en negatieve bevindingen van de anamnese en het lichamelijk onderzoek. Vervolgens dient men een probleemlijst en een  differentiële diagnose op te stellen.

Tot slot wordt verwacht dat de kandidaat het verdere beleid vermeldt. Concluderend wordt in de laatste 10 minuten van het toets station verwacht dat de kandidaat informatie opschrijft zoals men dat in een medisch dossier zou noteren.

 

Hoe kun je je voorbereiden op de toets?

We adviseren je om de cursus ‘Anamnese en Lichamelijk Onderzoek’ aan de Vrije Universiteit te volgen en de materiaal van de cursus goed door te nemen. (Met name het Oranje boekje)

Update 2020: Op dit moment is het, voor in het buitenland opgeleide dokters, helaas niet mogelijk om aan deze cursus deel te nemen. Als we horen dat de inschrijving weer mogelijk is, proberen we dat te communiceren.

  • Oefen het afnemen van de anamnese met je vrienden, familieleden, taalmaatjes en tegenover een spiegel.
  • Maak gebruik van de website : https://www.nhg.org/nhg-standaarden (heel nuttig voor dit onderdeel)
  • We adviseren je om onze BI workshops bij te wonen.
  • Maak gebruik van de boeken :
    Klinisch Probleemstellingen (ISBN 978 90 8562 042 6) en/of
    Leidraad huisartsgeneeskunde (ISBN 978 90 313 7760 2).

Casuïstiek

De rollen die de simulatiepatiënten spelen omvatten veel voorkomende en belangrijke symptomen en diagnoses. Deze kunnen liggen op het gebied van:

  • ademhalingsstelsel
  • bloed- en lymfestelsel
  • geestelijke gezondheidszorg
  • hart- en vaatstelsel
  • hormonen en metabolisme
  • huid- en bindweefsel
  • infectieziekten
  • nier- en urinewegen
  • neoplasma
  • persoonlijke en maatschappelijke aspecten
  • preventieve gezondheidszorg
  • spier- en skeletstelsel
  • spijsverteringsstelsel
  • voortplantingsstelsel
  • zenuwstelsel en zintuigen

De kandidaten kunnen een casus  krijgen uit een van deze bovenstaande categorieën. In één van de tien onderdelen ligt het accent op het uitvoeren van een praktische vaardigheid.

De onderwerpen worden ook benoemd in het raamplan, de opgestelde eindtermen voor een basisarts 2020 van de NFU (of zie onderaan de pagina voor het bestand).

Het consult

Het is de bedoeling dat de kandidaat zich ten opzichte van de patiënt opstelt zoals de arts dat in de ‘werkelijke’ praktijk ook zou doen. Door de patiënt relevante vragen te stellen en een gericht lichamelijk onderzoek te verrichten, kan de kandidaat voldoende informatie verzamelen om een probleemlijst en een differentiaal diagnose op te kunnen stellen. Er wordt van de kandidaat verwacht dat deze op een professionele en empathische manier met de patiënt communiceert vanaf het moment dat hij of zij de kamer binnenkomt. Het beantwoorden van vragen van de patiënt en het informeren van de patiënt over de gestelde diagnose of de overweging om eventuele onderzoeken of testen te gaan doen, zijn voorbeelden van de verwachte communicatie tussen kandidaat en patiënt. De vragen die de kandidaat aan de patiënt dient te stellen en het lichamelijk onderzoek worden bepaald door de aard van de klacht van de patiënt. Sommige patiënten hebben acute klachten, terwijl anderen lijden aan chronische klachten.